…kutwijf…

Twintig jaar naast en niet zelden, op elkaar geslapen… twintig jaar spannend en vaak nog veel meer. 

En dan krijgt onze relatie een pijnlijk vreemde wending, het is niet meer zoals het was… het gaat zijn zoals het wordt.

Wat begon met iets raars in mijn ogen leidt inmiddels, na wat persoonlijke natuurrampen en ongelukken tot het scheiden van tafel en bed.

Nu ook weer, moest na een fietspad ongeluk de tafel uit de woonkamer om er mijn ziekenhuisbed in te zetten, want de trap op naar samen slapen is (naar ik hoop) tijdelijk onmogelijk geworden.

Aftakeling is verder in gang gezet. Moeten we gvd nou zo oud worden? Dit is geen oud worden, dit is wachten op de dood. Dit is de tijd doden tot je er zelf ook stil van wordt.

Dus nu gewoon thuis doktertje spelen en mijmeren over vroegere feestjes.

Ik drink geen druppel alcohol maar de gedachte aan de oeroude “naveltje bloot” en “pruimpje prik in” (*) zijn echt nog niet uit mijn systeem hoor.

Al zo vaak mijn angst geweest. Déjà vu naar die vreselijke maanden in ziekenhuis en Maartenskliniek… Eenmaal niet meer samen slapen, luidt het einde der lieflijke tijden in, is mijn granieten overtuiging.

Cognitief nog alles redelijk in orde dacht ik zo, maar het blijven zwijgen over de lichamelijke liefde (ahum) en het loeren naar het vlees dat daarbij het meest wordt klaargemaakt, is soms gek makend verdrietig.

Een gemis wat alleen in de herinnering blijft smachten.

En nu doel ik niet op de rusteloos rond-neukende zwerver van weleer, maar op de enige ware liefde in mijn leven:

…mijn eigenwijze kattenkop…
…mijn kutwijf…
…mijn grote lief…

Ik prijs me hoe dan ook gelukkig dat we nog steeds samen zijn, maar het is zo anders samen…

…zo apart…

(*) Oud Hollandse likeuren.