hallo hallo wie stinkt hier zo?

en het antwoord;  het mannetje van de radio!

Van kinds af aan heb ik geluisterd naar de radio… Ik was op een of andere manier verslaafd aan of minstens gebiologeerd door zo’n ding. Ik kreeg ooit een radio-zelfbouwpakketje en ik waande me toen al Frits Phillips (’n vroegere vriend van mijn moeder). Echt te gek om zelf een radiootje te bouwen…

Later kwamen er, veel beter klinkende, betaalbare transistor radio’s waarvan ik er voor 6 gulden een kon kopen. De koning te rijk was ik er mee en de ene batterij na de andere ging er door heen. Vooral ’s nachts luisterde ik in bed naar dat radiootje onder mijn kussen, tot om 24.00 uur het Wilhelmus klonk en de uitzending stopte…

Tot het kapot viel… in stukken uiteen… 11 jaar was ik… verdriet dus enorm. Zakgeld 5 cent per week, dus dat ging een paar jaar duren.

Maar omdat gelukkig alleen het omhulsel kapot bleek, knutselde ik er met mijn ook toen al aanwezige creativiteit een huisje om heen van ’n sigarenkistje. Om goed ook ’s nachts goed te kunnen kijken naar de knopjes bouwde ik er een lampje bij in…

(later heb ik het radiohuisje uit woede kapot geslagen na ‘n drama met ‘n poes. Lees pussycat.)

Dat lampje trok op een keer ook de aandacht van wespen die in de nacht vanuit hun nest in de dakgoot naar mij toe kwamen. Ik heb liggen rollen over die wespen heen en werd talloze malen gestoken in mij gezicht en hoofd. Pijnlijke en gebobbelde bek maar wel in leven gebleven…. pfff.

Mijn vader ging met een “flitspuit” die wespen te lijf en een dag later lagen er een heleboel dode wespen onder het zolderraam waar mijn slaapkamer was… Ik had het ook een week lang benauwd van die troep maar ach dat mocht toen nog…

(een van de belangrijkste herinneringen waar ik heel bang voor was toen ik ’s nachts een niet te begrijpen nieuwsbericht hoorde over het bouwen van een muur en vluchtende mensen waarop geschoten werd in Berlijn).

Op een dag vertelde mijn vader over radio’s waar je de mensen in kon zien lopen…. Heel vreemd vond ik dat, maar ik bleef wel naar mijn radiootje kijken of misschien ook dat was te zien in mijn bouwwerk. Wist ik veel dat het over televisie ging…. Dat was toen blijkbaar net uitgevonden…

Door de jaren heen zorgde ik overal dat ik radio kon luisteren. Ik heb van alles geprutst om dat maar te kunnen, tot en met het jatten van een radiowekker omdat ik geen geld had.

Vooral nieuws en verstaanbaar Nederlandse liedjes wilde ik horen. Toen was er ook al veel ellende in de wereld, gezwam van het toenmalige ministerie van oorlog, programma’s voor de Nederlandsche strijdkrachten, moord en doodslag, maar vooral was ik gek op de toen heel veel voorkomende “hoorspelen”… Hartstikke spannend.

In de iPhone tijd kwamen er al snel de snoerloze oordopjes en ik had geen last meer van kapotte draden van oortelefoontjes.

Altijd maar luisteren, en vaak viel ik al snel in slaap. Soms meende ik gedroomd te hebben maar had ik blijkbaar door de nacht dingen gehoord via de radio.

Tot mijn CVA…..

Daarna kon ik niet meer luisteren… oh wel technisch en lichamelijk gezien, maar ik werd gek van waar ik naar luisterde… niet zozeer de prikkels maar alle kutzooi over onthoofdingen, kabinet Rutten, trammelant met buitenlanders en de recessies… ook cabaretiers waar ik graag naar luisterde vielen af want ik kon hun gelul of geschreeuw niet meer aanhoren.

Dat was voor mij dus het einde van radio luisteren en met weemoed realiseerde ik me;

niet meer het mannetje van de radio te zijn

(van de week iets gehoord over “ De Muur” was de aanleiding tot dit verhaal).