Het begint met 112

 

11 mei 2018, 19.30 uur…
Lekker op pad met de hondjes naar de uiterwaarden voor ’n laatste ronde van een zomerse dag. Al rijdend moet ik even de bril afzetten om ’n vlekje weg te werken, maar ’t vlekje wil niet weg. Wat gek… het zit op m’n ogen.

Vreemd gevoel in mijn lijf zegt dat er meer aan de hand is, dus hup de auto aan de kant. “Wat doe je lieverd?”…, want zo noemt ”ze” me nog steeds… “Nou eigenlijk voel ik me helemaal niet lekker schat”. Op hetzelfde moment lijk ik op ’n “puppet on a string”, want, totaal ongecontroleerd beginnen mijn linkerarm en linkerbeen uiterst vreemd op en neer te bewegen… Het is onmogelijk dit piasgedrag tegen te houden, dus in de lach schieten laten we maar even achterwege…

Ik voel me, en doe ook, vreemd genoeg om maar eens ’n hulplijntje in te zetten en mijn vrouw kiest deze keer voor het spreekwoordelijke rekensommetje: 1 + 1 = 2.

Mijn poging uit de auto te stappen, loopt al snel op niets uit en luide sirenes laten inmiddels weten dat het contact met mijn lief de moeite waard was gebleken even bij ons langs te komen.

Nou weet ik me niet echt meer alles te herinneren, maar de meneer in een indrukwekkend fel geel pak zette me klem tussen deur en auto om mijn eventuele vluchtpoging in de kiem te smoren…. Een volle minuut later lag ik gekneveld op een brancard en reden we gillend weg…. Ik kreeg niet eens meer de tijd mijn voorkeur voor ’n helikoptervlucht te bespreken.

Onderweg kreeg ik de nodige uitleg over mijn vreemde gedrag, maar mijn aandacht was meer bij de sirenes, die blijkbaar met ons meereden, dan bij de medische encyclopedie waarmee ik bedreigd werd.

“Ziekenhuis…eindpunt” leek er gezegd te worden en ik schrok me kapot…. Maar per direct stonden er zo’n twaalf sussende apostelen om mij heen om het me compleet naar de zin te maken die avond…

Ik moet zeggen dat ik wel eens leukere uitjes heb meegemaakt, want ik ben aardig beroerd geworden. Bovendien bleek mijn linkerhelft niet meer met zijn rechterhelft verbonden te willen blijven. Ik dacht nog even aan de slappe lach, maar daarvoor miste ik in elk geval de aanleiding. En daar word je trouwens ook niet misselijk van.

“CVA meneer…” Wauw dat leek me wel wat… Nog nooit gehad, dus weet ik veel, maar uitleg volgde. Buiten het feit dat ik te ziek was om te praten werd ik er toch wel stil van… Nou ja even dan…

Ik kwam ’s nachts bij op een moment dat er iets moois over me heen gebogen stond. Clivia, dacht ik… maar nee die serie was al lang van de buis. Bovendien zag ik allemaal elektronica om me heen, dus ik wist dat een robot de besturing van mijn doen en laten had overgenomen.

…pufmik met zweetkaas…

Mijn lief en ik huilden naar elkaar en zagen in onze ogen dat er mogelijk iets goed mis was. Direct begrepen we ook dat thuis andijvie stamp eten er voor de eerste maanden even niet meer in zat.
Maar goed, in een ziekenhuis is toch altijd wel wat pufmik met zweetkaas te verwachten, dus ‘n hongerwinter zou me wel bespaard blijven, dacht ik zo.

Na een paar dagen met te gekke gebeurtenissen en allemaal mensen die me wakker hielden met prikken, meten, voelen, praten en door apparaten schuiven, moest ik naar een goedkopere kamer van hotel “de witte jas”.

Er kwam een programma op gang van mensen die je dwingen je bed te verlaten, bijna elk onderdeel van je lijf, zonder kruipolie, in beweging proberen te krijgen en je vertellen dat je binnenkort naar een groot fitnesscentrum mag waar je met de nodige “anabolen” in een paar maanden tijd wordt klaargestoomd voor op z’n minst de Paralympics.

Nou ja, ik heb m’n best gedaan en voor mezelf een hoop gewonnen, al zat er geen goud bij… Hard gewerkt, het nodige beleefd en in elk geval een niveau bereikt dat ik weer thuis met mijn schatje in een bed kan liggen, zonder overigens enige garantie op meer dan dat…

Inmiddels heb ik een leuk takenpakket waar ik de dagen redelijk mee kan vullen en hoewel ik m’n allesie danig voor de voeten loop, helpt ze me met wat dingen waar mijn motoriek me bij in de steek laat.

Tot slot, heb ik toestemming van fysio- en ergopeuten om de halve dag op bed te liggen dus droom ik er, in de herfst van mijn leven, uren lang van toch nog slapend rijk te worden.