…spiegelbeeld…

Nee dit gaat niet over het oude, mierzoete, liedje van Willeke Spraakles, maar ‘t is naar aanleiding van een man die wij kennen. De goede man is al dood, maar loopt nog wel rond. 

Echt hoor, een oud, schriel hard werkend kereltje voorzien van alle restverschijnselen des levens na zwoeg, ontij en natuurlijke miskleunen. Eten deed ie amper, roken des te meer en hij was zich er van bewust dat het hiernamaals hem op de hielen zat.

Of hij ons beeld van hem kon beamen hebben we hem nooit gevraagd.

Maar hiermee samenhangend stoei ik, bij het ontwikkelen van plannen voor mijn XXS toekomst, met de gedachten hoe anderen mij zien. Weliswaar rook ik niet en is mijn manier van voortbewegen niet echt lopen meer te noemen maar bestaat m’n leven in elk geval nog uit niet dood zijn.

Hoewel mijn geschiedenis inmiddels vele malen langer is dan mijn tegenwoordige tijd, ben ik toch flink met de herinrichting ervan bezig. Ik herinner me dat ik me als boreling, richting m’n toekomst realiseerde dat die wel heel ver weg was … Nu ik er met duizelingwekkende snelheid ben aangeland, trekt verleden aan het langste eind en schiet het leven aardig op. Geeft niks, brood wordt ook oud.

Ben ik tijdens mijn goed gevulde levensloop aardig geciseleerd door pechjes, stommiteiten en ‘n reeks hersenkrakers, ben ik nu haast een karikatuur van mijn eigen restverschijnselen geworden. Dan valt het niet mee tegen ‘n spiegel te zeggen “ik hou van je”… Sterker nog, mezelf kennende heb ik genoeg redenen me niet meer recht in de ogen te willen kijken. Dus; spiegeltje, spiegeltje van de wand.

Merkwaardig daarbij is wel dat ik volop bezig ben met hoe anderen mij zien. Niet dat het mij eigenlijk ene ruk uitmaakt* hoe ze me zien, maar me dat afvragend vul ik via de ogen van anderen mijn zelfbeeld in… nou dan kom ik mezelf tegen hoor.

Sodeju wat ’n Quasimodo zeg… Vast gevlucht toen de Notre-Dame te warm werd. Het komt er op neer dat (volgens mij dus) anderen mij zien als een wrak, voortstrompelend op mijn derde been bestaande uit een, uit nijd krom geslagen, wandelstok. Of ze zien me hijgend, lens trappend, op mijn super easy-raider bike voorbij hoepelen. Anderen zien mij zielig zijn en soms de halve moord stikken tijdens eten en praten tegelijk, en dat moet je nou eenmaal niet doen met stembandverlamming.

Zo zijn er meer bijkomstigheden die me, bij elkaar opgeteld, laten struikelen over kwaliteit van leven en uitzichtloosheid. Als ik alleen daar naar zou kijken, gaf ik de pijp direct aan Maarten, maar al doende herontdek ik ook heel veel interessantere pretpakketten. Zo loop ik over van hobby’s, geniet dagelijks van ’n fantastische kudde honden, heb ik ’n fascinerend liefje en bedenkt mijn nog aardig intacte geest uiteenlopende leuke en zelfs zakelijk bruikbare projectjes voor van alles en nog wat.

Afweging maken tussen welzijn en nietzijn, ben ik drukker dan ooit om een aantrekkelijke invulling voor “morgen” te maken. Dus hoop ik de moed en mogelijkheden te behouden om nog lekker ’n poosje verder te gaan met wat ik wel kan en graag doe. Misschien nog ondersteund door wat hulplijntjes waar ik lekker tegenaan kan schelden en janken en die zelf nog geloven in verbetering… Ach CZ betaald, ze doen hun best en zijn erg aardig.

Op onmacht voorbereid, zijn er al wel een paar dingen geregeld voor het geval er weinig kans meer is, levenslustig uit toevallige toteloosheid te ontwaken. Altijd lekker wat achter de hand te hebben.

*En wat betreft het feit hoe anderen mij zien: Het doet me wel degelijk wat. Vooral als het mensen zijn uit de tijd dat we beiden nog vrolijk huppelend de dagen vulden met leven en lust. Kwestie van accepteren ja…. tuurlijk. Maar dat heeft bij mij nog heel wat voeten in aarde. Ik blijf mijn best doen.