…geef nooit op…

Wat is dat nou weer voor gelul…? Zo’n stoere EO kreet zeker. 

Tuurlijk, als je zelf niks mankeert kan je dat makkelijk tegen ‘n ander zeggen ja… Maar, als je je nog slechts als ‘n zombie over de wereld voortbeweegt, soep vreet van paracetamol en aanverwante snoepjes, om nog net van “goh” naar “tjee”, te kunnen hampelen…. Waarom zou je het dan niet over andere boeg mogen gooien, of er zelfs vanaf springen?

In het woordenboek van “makkelijk praten” staan reeksen van dergelijke praatsels:

“je bent er toch nog”
“leer er mee leven”
“geef het ‘n plekje”
“neem er de tijd voor”
“kijk naar wat je wel kan”
“wat doe je het gooeeeedddts”💦

Allemaal goed bedoeld natuurlijk, dat weet ik heus wel, maar als je goed bedoeld ‘n brandende kaars omflikkert, brand je hut wel af hoor. De onstuitbare behoefte aan ‘n teiltje, of gelijk maar ‘n overdosis van iets doodmakends, welt, na zo’n kreet, al snel in me op.

Maar ja wat moet je anders zeggen, tegen een half mens? Nou ja, je zegt tenminste iets, dat dan weer wel. En ik zou ook zelf niet weten niet wat ze wel moeten zeggen, als ze me voorbij zien hoepelen of e-driewielen. Dat is natuurlijk ook moeilijk, want zeg nou maar eens tegen ‘n uitgeholde bejaarde dat ie er goed uitziet…

Dan lieg je al voor je het bedenkt, en de aangesprokene voelt z’n walnoot al koken door je kreet. Ja toch? Want die heeft “daarboven” nog alles wel in orde ook al zie je dat niet. Al is doorgaans velen de mening toegedaan: lijf stuk = kop stuk.

Ik bedoel het ook niet persoonlijk, naar wie dan ook hoor, maar ik ben soms zo in gevecht met mijn huidige ik, dat deze kots van gefrustreerde kritiek, in een moment van bewustzijnsverbijstering bij me boven komt.

Vingervlug als ik ben, klop ik het dan maar gelijk in op ’n schermpje. zodat dergelijke woorden vers bruisend, op mijn “spiegel” verschijnen.

Misschien had ik beter ff kunnen wachten, want vanaf nu loopt iedereen me straal voorbij natuurlijk… Nou ja, dat is dan maar zo. Ik kan, hoewel ik het antwoord al weet, altijd zelf nog aan iedereen vragen: “hee, alles goed?”

Onder het motto “ik zeg maar zo, ik zeg maar niks” wil ik, gezien dit verhaal, graag afsluiten met een hoogwaardige spreuk, die ooit op het spreukenhuisje in Soest stond:

“geef nooit op”

 

>Klik hier voor schrijfsels in opdracht<


Op de foto’s het allang verdwenen “Spreukenhuisje” in Soest. In mijn jongste kinderjaren een fascinerend optrekje, waar ik vaak met mijn opa en vader ging kijken.