vitusdansje column

Bij mijn inmiddels redelijk goed ingerichte dagbesteding met voornamelijk de honden en daarnaast af en toe een schrijfseltje bedenken, krijg ik natuurlijk ook te maken met onze klanten. 

Ik bedoel nu even niet de honden zelf, want die hadden toen ik nog gezond was al het idee dat ik wat mankeerde, maar ik heb het over hun baasjes m/v.

Een aantal kennen mij al van voor mijn ziekenhuisfeestje begon en vinden alles leuk wat ik nu al weer kan, schrijf en met hun hondjes uitvreet…. 

Maar er komen daarnaast ook nieuwe klanten die mij voor het eerst horen en oeps, dan ook nog voor het eerst zien.

Horen; met de telefoon word ik altijd wat nerveus, want ik ben er van overtuigd dat ze denken dat ik gezopen heb… Dubbele tong, kwijl wegslikken en soms wat pogingen een of meer woorden te herhalen. Woorden waarvan ik hoorde dat ze ‘n andere betekenis hadden gekregen door mijn spastische tongval.

Maar mijn sportieve lief zegt altijd: nee hoor je bent goed te verstaan… (ja ze is geweldig hoor)… Maar zelf vind ik toch dat ik als Bacchus klink.

Zien;  en dat is het moment dat Fikkie of Pimmetje bij onze “hundenhut” verschijnen ter kennismaking.

Die honden staan doorgaans wat vertwijfeld en binnensbeks grommend door de kiertjes te blieken, want die voelen best dat er een uitbesteding op handen is.

Maar de stukjes kaas verstopt in mijn handen doen wonderen, waar zelfs de baasjes versteld van staan: oh nou doorgaans is Fikkie niet zo toeschietelijk hoor, of tsss kijk Pimmetje nou toch, deed ie dat ook maar eens bij ons.

…kwartel…

Ze weten dan ook niet dat ik handgerijpte ouwe Rypenaer 40 plus had gepakt en daar krijg je zelfs ‘n kwartel mee in de benen.

Maar dan zien de mensen me ineens wat Vitus-achtige dansjes maken terwijl ik op ze afloop… en wordt hen duidelijk dat links, wat been betreft, ’n stuk komischer hinkepinkt dan de andere kant. Mijn overwinning is inmiddels dat ik dan zelf al zeg, niet dronken te zijn, maar een hersendinges heb.

Niemand durft dan te zeggen dat ik raar loop, maar ik zie ze denken en twijfelen. Nou ja ik denk dat ik zie dat ze denken dat ik ze zie twijfelen… nou laat maar.

Het maakt me nu bijna niks meer uit hoor, ik doe therapeutisch vreselijk mijn best goed voor de dag te komen. Maar het blijft toch steeds een confrontatie met m’n nieuwe spiegelbeeld, waarvan het innerlijk verdriet wel gewend is aan onderdrukking.

Met al wat meer zelfvertrouwen verplicht ik me minstens een keer per dag tot schier bovenmenselijke grensverlegging. Zoals brood halen bij de warme, kliko op de voor ons gereserveerde tegel parkeren en rondjes om de kerk stiefelen.

Oh, niet dat ik treintje speel rond dat gebouw, maar we wonen nou eenmaal naast de Basilica Maior van Ewijk.