Pietje…

De honden kijken me aan… of eigenlijk: ik kijk mijn honden aan en, ja er is iets aan ons te zien, merken we gezamenlijk…

Ik kijk met m’n ogen, maar zie en voel die schatjes met mijn hele lijf… Zelfs de door CVA ongevoelige helft, voelt wat ik zie.

Zo lang ik thuis ben (dus niet in ziekenhuis of gezellig winkelcentrum) koesteren we elkaar 24/7. Keer op keer verzucht ik me “hoe is het toch mogelijk dat je dit met honden kunt hebben”. Zoveel plezier en zoveel contact, zoveel maatschap en zoveel warmte.

Gelukkig gaat het wel redelijk met me en zijn we veel bij elkaar… Vrijwel dagelijks aangevuld met ’n kudde heerlijke gasthonden, echt ’n feest.

Maar ik mijmer wezenloos om me heen, tijdens dit soort aandoenlijke tafereeltjes en jongleer met die ene vraag, over dat verdrietige moment, wat er ooit en onontkoombaar zal zijn…

… hoe lang nog…

Even voor alle duidelijkheid: ik zit ze hier heus niet met de dood in m’n ogen te bekijken hoor…. maar eerlijk is eerlijk: Pietje kijkt natuurlijk al wel mee…

Die kutvent heeft feilloos in de gaten dat ik op leeftijd ben, met feestelijke regelmaat weer ’n CVA tje op mijn kerfstok mag bijschrijven en er waaien momenteel wereldwijd hele zwermen viraaltjes door de lucht…

Dus ik ben een gevoelig mens geworden voor wat hij in zijn uiterst beperkte keuzemenu heeft staan.

Dat klinkt wel leuk allemaal maar het heeft wel een hartverscheurende kanskaart waar ik in het voorprogramma “zo lang ik leef” op verdacht moet zijn.

Immers de beestjes zijn nog aardig jong dus heeft het er alle schijn van dat ze mij op een dag kwijt zullen raken en ze me nooit meer zullen horen, zien en voelen.

Met dat verdrietige gevoel in mijn achterhoofd kijk ik naar ze, aai ik ze en draai ik mijn kop om, op een moment dat een van die terug kijkers duidelijk laat merken: “ik heb jou wel door vriend”.

De aangrijpende ervaring met onze schat Pepper, die we heel jong al moesten inslapen speelt bij dit verhaal ook nog mee hoor… Zo’n vierpotertje kan namelijk evengoed zomaar iets overkomen of ongeneeslijk ziek worden….

Ook daar denk ik bij het knuffelen aan… maar opnieuw weer de vraag:

…hoe lang nog…

Niemand weet het, dus wat heeft dit soort zielig gedoe nou voor zin…. Nou ja, het is lopen langs de kantlijn van m’n leven en daar hoort een eindpunt bij… hoe ik het ook wend of keer. Dat is een surrealistisch vooruitzicht.

Het leert me overigens wel dat ik niet bang moet zijn voor het einde maar er juist goed op voorbereid… Dus ben ik daar toch regelmatig mee bezig. De keren dat 112 als spoedje met me op stap ging was ik er al over in paniek, en dat is natuurlijk wel op het randje, zeg maar gerust te laat!

Onder het motto: leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker (ja inderdaad) ben ik me samen met mijn lief toch aan het prepareren hier tijdig vorm aan te geven. We hebben het motto wat aangepast tot: 

…minder erg kunnen we het niet maken, wel acceptabeler….

Maar het blijft een gevoelig vraagstuk en we kunnen alleen maar proberen er het beste van te maken, door vooral lief te hebben zolang we er nog zijn. Bovendien alles voor zover dat kan te regelen en de regie in eigen hand te houden.

Mocht u het idee hebben dat dit thema met enige regelmaat in mijn schrijfsels aan de orde komt…. Dan komt dat vast omdat ik daar zo mijn redenen voor heb….

  • ja het houd me bezig
  • nee ik ben er niet bang voor
  • ja ik leef in de herfst van mijn bestaan
  • nee ik hoef geen eeuwig leven

Zoals ik al schreef: ik ben al op leeftijd en mankeer een en ander. Geen probleem maar wel gevoelig.

Prachtige relativering van Harry Jekkers: Ballade van de dood.